Mensen

Meditaties over de Relativiteit van Ethiek

door Albert Prins

Hoe werd de Mens zoals hij nu is?


Kernzin: De mens is geëvolueerd als een soort die zijn overleving verzekert via genetische drijfveren, variatie en sociale samenwerking.

TREBLA: Om een idee te krijgen van hoe de huidige mens is zoals hij vandaag is, kunnen we via de volgende lijn van denken reizen. Dit denken is hier voornamelijk gebaseerd op de evolutietheorie.

Er kunnen verschillende manieren zijn geweest waarop de evolutie van de mens heeft plaatsgevonden en ze kunnen verschillende, onbewuste, strategieën hebben gevolgd. Alleen die strategieën, zoals het hebben van genen, die gericht zijn op voortzetting, zouden hebben geleid tot het resultaat van vandaag, anders zouden ze zijn uitgestorven.

Hier moeten we een onderscheid maken tussen de mens als individu en de mens als soort. Het leven van het individu is maar tijdelijk, maar wat de menselijke soort betreft, blijft ze nog steeds overleven. De soort heeft dus bewezen volhardender te zijn dan het individu. Dus om net zo succesvol te zijn als de menselijke soort, moet er een inherente strategie zijn die streeft naar voortzetting van de soort. Maar de soort zelf is geen tastbare zaak, het is een concept. De soort bestaat alleen uit individuele mensen die in de loop van de tijd worden vervangen door nieuwe personen. En uiteraard geldt dat ook voor ieder soort zowel dieren als planten. Maar daar kunnen de mechanismen waarop dit gebeurt iets anders zijn, maar we focussen ons nu eerst op de soort mens.

Opties voor individueel gedrag:

  1. Elk individu heeft als belangrijkste doel het voortbestaan van de groep als geheel.
  2. Het belangrijkste doel van elk individu is alleen zijn eigen overleving met als bijwerking het voortbestaan van de groep.
  3. De groep bestaat uit een mix van de twee hierboven genoemde typen individuen.

Wat betreft optie 1, als elk persoon zichzelf opoffert voor de groep, is de kans groot dat deze persoon vroegtijdig zal sterven, minder of geen nakomelingen zal hebben en bijgevolg zal de groep in omvang afnemen of zelfs geheel uitsterven.

Rationeel gezien is het aannemelijk dat er een systeem is dat elk individu "programmeert" om te streven naar zijn eigen overleving en onbewust realiseert dat hij de groep moet ondersteunen om de kans op zijn eigen individuele overleving te vergroten, met als neveneffect dat hij helpt om de groep in stand te houden.

Zoals we weten, heeft een persoon slechts een beperkte levensduur en lijkt het erop dat de overlevingsstrategie van elke persoon niet alleen gericht is op zijn eigen fysieke overleving, maar ook op zijn nalatenschap in de vorm van zijn kinderen. Dit zijn allemaal geen bewuste acties, maar maken deel uit van het motivatiesysteem van een persoon dat in de loop van de tijd is geëvolueerd via een selectie van de soort. Het is dus geen teleologisch systeem, maar evolueert alleen door willekeurige toevalligheden.

ALEX: Dus het lijkt er op dat de evolutie werkt in de richting van het doorgeven van genen waardoor de soort in stand blijft.

TREBLA: Inderdaad en om dat optimaal te kunnen doen is de belangrijkste “taak” van het individu om zelf te overleven om zo zijn genen te kunnen doorgeven. Hiervoor is een partner nodig. Wanneer hij of zij een partner vindt, om hiermee de genen door te geven, beseft het individu, misschien onbewust, dat hij niet alleen voor zichzelf moet zorgen, maar ook voor de partner omdat er anders geen genen kunnen worden doorgegeven. Verder zal het individu ook, in misschien mindere mate, zorgen voor zijn familieleden zoals zusters en broers zodat het doorgeven van de gerelateerde genen, dus van zijn ouders, worden gecontinueerd. Ook personen die verder verwijderd zijn, zijn nog steeds belangrijk voor het voortbestaan van het individu en daarom moet hij of zij zich verplicht voelen om er zorg voor te dragen dat die personen goed kunnen functioneren. Dus de verantwoordelijkheid die een individu zal voelen is in eerste instantie gericht op het voortleven van zichzelf en zo in steeds mindere mate naar de personen die verder van het individu afstaan. Dit alles om de kans om het doorgeven van de genen van dat individu zo groot mogelijk te laten zijn. Dit alles gebeurt dus voor het individu onbewust, en is een aangeboren (innate) of door evolutie ontwikkelde drijfveer van ieder individu.

Dit is opnieuw een eigenschap van de gemiddelde mens, maar verschilt voor elk individu, omdat dat de belangrijkste eigenschap is van de evolutionaire benadering, elk individu is een beetje anders. Wanneer de omstandigheden veranderen, zullen de personen die het meest “passend” zijn in deze nieuwe situatie het best gedijen en dus het nieuwe gemiddelde worden. En dus zal de belangrijkste ontwikkeling plaatsvinden langs de lijnen van dit nieuwe gemiddelde.

Als we streven, bijvoorbeeld via DNA-manipulatie of voortplantingstechnieken, om elk persoon perfect te maken passend bij de heersende gemiddelde eigenschappen, ontstaat er een soort incestueuze soort die gedoemd is te verdwijnen; omdat het is geoptimaliseerd voor de huidige situatie, maar kwetsbaar is wanneer de situatie begint te veranderen. Dus, als we de natuur vrij laten evolueren, zullen allerlei soorten mensen met allerlei, verschillende eigenschappen regelmatig opstaan om voorbereid te zijn op eventuele geschiktheid voor die verschillende omstandigheden. Dus variëteit en diversiteit is van het grootste belang voor continuïteit.

ALEX: Ik begrijp wat je bedoelt. Maar denk je niet dat wanneer een kind wordt geboren, zijn belangrijkste evolutionaire drijfveer is om in leven te blijven en al die noodzakelijke dingen te doen die zijn instinct hem "vertelt" om dit doel te bereiken? Dus dit "zelfzuchtige" gedrag is aangeboren (nature), maar al snel, door zijn ervaring met andere kinderen en volwassenen, leert het (nurture) om deel uit te maken van een groep en ontwikkelt het een soort empathie en aanpassing aan de groep. Het gedrag van het kind, om de hoogste kans te hebben om zichzelf te handhaven, wordt gestuurd door gevoelens van gelukkig of ongelukkig zijn. Deze gevoelens zullen het waarschijnlijk in de "juiste" richting sturen. Deze gevoelens zijn niet iets transcendent maar een chemische reactie in de hersenen waar een stofje (dopamine) wordt vrijgemaakt dat die positieve gevoelens opwekt.

TREBLA: Ja, Alex, dat is inderdaad ook hoe ik het zie.

De Term Goed of Slecht

Kernzin: Goed en kwaad bestaan slechts binnen het perspectief van het organisme — het ecosysteem zelf kent geen oordeel.

Als mens beschouwen we bepaalde gebeurtenissen of daden van andere mensen als goed of slecht. We gebruiken onze eigen morele normen om deze gebeurtenissen te beoordelen.

De Migratie van de Gnoes

Kernzin: In de natuur bestaat een functioneel evenwicht waarin lijden en dood betekenisloos zijn buiten menselijke waardering.

Een voorbeeld van een ecosysteem wordt getoond in de BBC-documentaire over de migratie van gnoes op de Serengeti in Afrika (“The Great Migration”). Hier zien we een grote kudde die zich van de ene plek naar de andere plek verplaatst om genoeg gras te vinden om te eten. Tijdens deze migratie is er voortdurend gevaar van roofdieren zoals leeuwen, hyena's, enzovoort. Er wordt uitgelegd, dat wanneer er geen gevaar zou zijn, de gnoes het gras zo kort zouden eten, dat het lang zou duren, voordat het gras weer voldoende zou zijn aangegroeid. Dit zou dan ook weer levensbedreigend zijn voor andere grazers, wat betreft het foerageren. Wanneer het gras kort is, is het ook moeilijker voor de gnoes om genoeg voedsel te vinden. Samen met de voortdurende dreiging van roofdieren vinden de gnoes het ten slotte niet meer de moeite waard om op die specifieke plek te blijven en verhuizen ze naar een ander gebied. Ze zijn dus voortdurend in beweging.

Door gras te eten krijgen de gnoes allerlei voedingsstoffen binnen die ook nuttig zijn voor roofdieren die geen gras kunnen eten vanwege de kenmerken van hun maagstructuur. Op deze manier krijgen de leeuwen, krokodillen, hyena's, enzovoort, de benodigde voedingsstoffen, die in gras zitten, indirect via de grazers. De kudde gnoes lijkt dus op een migrerende voorraadkast met voedsel. Hieruit krijgen we een idee hoe het systeem werkt: de gnoes maaien het gras tot een acceptabele lengte en dan jagen de leeuwen ze weg om zo, onbewust, het gras weer de gelegenheid te geven tot groeien. Intussen worden deze leeuwen voorzien van genoeg vlees met de juiste voedingsstoffen. Hetzelfde geldt voor alle andere roofdieren in dit proces.

Na verloop van tijd keert de groep gnoes weer terug en zo ontstaat er een ecologische cirkel. Dit lijkt op een "prachtig" continu systeem omdat het een mooi evenwicht behoudt. Het feit dat gnoes vlees en dus voedingsstoffen leveren aan de roofdieren en dat de roofdieren jagen en de grazers eten, is geen kwestie van goed of slecht, het kan gewoon worden beschouwd als een effectief systeem. Waarbij we ons maar niet verdiepen in de vraag of een moedergnoe ook zo onder de indruk is van dit “mooie” systeem wanneer haar baby gnoe wordt verorberd?

Dus vanuit het oogpunt van het ecosysteem is alles in orde, maar vanuit het oogpunt van de grazers zijn er vast enkele twijfels. Dus mooi, goed en slecht zijn hier nogal relatieve termen.

Als het systeem goed werkt, is er evenwicht over het gehele systeem, maar voor de subsystemen, zoals de gnoes of de leeuw, veroorzaakt elk gnoe kalf, dat wordt verslonden, of een leeuwenjong dat sterft van de honger, een verstoring in elk subsysteem. Ook deze subsystemen proberen het evenwicht opnieuw te vinden, bijvoorbeeld na verlies van haar welp wordt de moederleeuw weer “ontvankelijk” en er volgt weer de gebruikelijke cyclus.

Als we dit systeem nu opschalen naar de wereld, inclusief de mensheid, kunnen we het volgende overwegen:

Om de voortzetting van de wereld, zoals die is, te waarborgen, moet er evenwicht zijn. In deze laatste eeuw lijkt het bestaande evenwicht van de wereld in gevaar te komen. De wereldbevolking van de mensheid wordt erg groot en begint een grote invloed te hebben op dit evenwicht vanwege de behoefte aan voedsel, energie, allerlei grondstoffen en de resulterende vervuiling. In eerdere eeuwen waren er oorlogen of pandemieën, die hebben geholpen om de grootte van het aantal mensen onder controle te houden, wat resulteerde in het behoud van het evenwicht. Het lijkt erop dat de evolutie niet had “voorzien” dat mensen eigenschappen ontwikkelden om te onderhandelen en compromissen te sluiten wanneer er conflicten waren, en dat ze de vaardigheden ontwikkelden om ziekten te genezen. Als echter de mensheid niet tot een vreedzame oplossing komt over hoe de grootte van wereldbevolking in toom te houden, zal uiteindelijk de groei van de wereldbevolking resulteren in een "ramp" zoals een oorlog, hongersnood of pandemie en zo opnieuw het nodige evenwicht bereiken?

Zoals Nietzsche (1844-1900) zei, bestaat er geen universeel goed of slecht. Morele waarden zoals goed of slecht zijn menselijke constructies.

Pandemie en diversiteit

Een wereld in verwarring

In 2019-2020 brak een pandemie uit die de wereld op zijn grondvesten deed schudden: COVID-19, een virus dat vermoedelijk zijn oorsprong vond in China en zich in razend tempo over de aardbol verspreidde. De vroege beelden uit Italië waren schokkend — dagelijks stierven er tientallen, honderden mensen, en het virus trok gestaag verder noordwaarts door Europa.

Wat volgde was een uniek experiment in crisisbeheer. Niemand wist hoe met dit virus om te gaan. Er bestond geen medicijn, geen vaccin, geen draaiboek. Europese samenwerking leek voor de hand liggend, maar ook op dat niveau tastte men in het duister. En zo ontstond er een merkwaardige situatie: elk land koos zijn eigen weg. Sommige regeringen sloten alles wat niet strikt noodzakelijk was — restaurants, bioscopen, winkels — en vroegen burgers thuis te blijven. Andere landen kozen voor een vrijere aanpak en lieten het maatschappelijk leven grotendeels doorgaan.

Eenheid of diversiteit van aanpak?

Men kan hierover twisten. Een centrale, gecoördineerde aanpak heeft de kracht van eenheid en consistentie. Maar als die aanpak de verkeerde blijkt, zijn de gevolgen enorm en universeel. De gefragmenteerde aanpak die we in werkelijkheid zagen, liet zich achteraf ook anders lezen: als een reeks nationale laboratoria, elk met een eigen methode, elk met eigen resultaten.

Pas achteraf weten we welke aanpak het meest levens spaarde — en dat is nu net het tragische, want beslissingen moesten in het heetst van de strijd worden genomen, niet vanuit de luxe van terugblik.

Hier zien we dus dat we eerder hebben verwoordt: het systeem als geheel streeft naar evenwicht, maar voor de subsystemen — landen, volkeren, individuen — veroorzaakt elke verstoring een eigen schok. Net als bij de migratie van gnoes op de Serengeti, waarbij leeuwen en grazers elk vanuit hun eigen perspectief het systeem ervaren, kan geen enkel land in een pandemie neutraal staan tegenover de keuzes die het maakt. En toch: het geheel heeft baat bij variatie.

"Als het systeem goed werkt, is er evenwicht over het gehele systeem, maar voor de subsystemen veroorzaakt elk verlies een verstoring."

Het vaccin en de onverwachte tegenstanders

Toen er uiteindelijk vaccins werden ontwikkeld die effectief leken, ontstond er iets opmerkelijks: een aanzienlijke groep mensen weigerde zich te laten vaccineren. Sommigen geloofden in complottheorieën, anderen hadden bezwaren van religieuze of principiële aard. Veel mensen ervoeren dit als frustrerend. Als we nu eens gezamenlijk optrekken, redeneerde men, kunnen we dit virus sneller de kop indrukken. Waarom werkt niet iedereen mee?

Maar bij verder reflecteren, deed zich een ander perspectief voor. Eén dat niet politiek of ideologisch van aard is, maar evolutionair.

De evolutionaire logica achter dwarsheid

Stel je voor dat een vaccin — ondanks alle zorgvuldigheid, ondanks alle testing — een niet-voorziene, fatale fout bevat. Een fout die zich pas na jaren manifesteert. Als de volledige wereldbevolking dit vaccin neemt, is de uitkomst catastrofaal: de mensheid sterft uit. Geen enkel individu, geen enkel systeem van kwaliteitscontrole is onfeilbaar genoeg om dat risico volledig uit te sluiten.

Evolutie echter is geen systeem dat op individuen mikt — het werkt op het niveau van de soort. En de soort overleeft niet door uniformiteit, maar door diversiteit. Door variatie. Door het feit dat nooit iedereen hetzelfde doet.

Dit sluit precies aan op onze stelling: dat wanneer men via DNA-manipulatie of andere technieken streeft naar een uniforme, 'geoptimaliseerde' soort, ontstaat er juist een kwetsbaar systeem. Een soort die geperfectioneerd is voor de huidige omstandigheden, maar breekbaar wordt zodra die omstandigheden veranderen. Variëteit en diversiteit zijn van het grootste belang voor continuïteit.

"Als we streven om elk persoon perfect te maken passend bij de heersende gemiddelde eigenschappen, ontstaat er een soort incestueuze soort die gedoemd is te verdwijnen."

Vanuit dit perspectief bezien, is de groep die weigerde te vaccineren — om welke reden dan ook, gegrond of ongegrond — onbewust een verzekeringspolis voor de mensheid als geheel. Als het vaccin perfect werkt, overleven de gevaccineerden en beschermen ze de samenleving. Als het vaccin fataal fout blijkt, zijn het juist de niet-gevaccineerden die de soort voor uitsterving behoeden — zij die zich kunnen voortplanten en de menselijke lijn voortzetten.

Evolutie heeft, door de eeuwen heen, in ons een drang geplant om te overleven — niet als individu, maar als soort. En misschien is scepticisme, wantrouwen, dwarsheid zelfs, een van de instrumenten waarmee die drang zich uitdrukt. Niet elegant, niet bewust, maar effectief in de meest basale zin van het woord.

Goed en slecht zijn menselijke constructies

Dit brengt ons bij een diepere vraag: was het 'fout' van anti-vaccinatievoorstanders om zich te verzetten? Vanuit een medisch perspectief lijkt het antwoord duidelijk. Maar we moeten oppassen voor precies die vanzelfsprekendheid. Ethische oordelen als 'goed' en 'slecht' zijn, zoals hij betoogt in navolging van Nietzsche, menselijke constructies. Ze bestaan niet als universele waarheden, maar vloeien voort uit wat op een gegeven moment bevorderlijk lijkt voor het voortbestaan van het individu en de groep.

Nietzsche stelde dat er geen universeel goed of kwaad bestaat. En we kunnen daaraan toevoegen: morele waarden zijn contextueel, pragmatisch en veranderlijk. Wat in de ene situatie als gevaarlijk dwarsliggerij wordt beschouwd, kan in een andere situatie de redding van de soort blijken te zijn.

Dit verandert niets aan de wetenschap achter vaccins, noch rechtvaardigt het ongefundeerde complottheorieën. Maar het nodigt wel uit tot een ander soort begrip — en tot bescheidenheid in ons morele oordeel.

De paradox van gelijkheid — en de kracht van verschil

Er is nog een dimensie die hier relevant is, en die we hieronder uitvoerig bespreken in hoofdstuk: de paradox van gelijkheid. De mensheid streeft voortdurend naar meer uniformiteit, meer consensus, meer eenheid. Dat streven is begrijpelijk en in veel opzichten waardevol. Maar hier geldt een fundamentele wet van de natuur: energie stroomt altijd van ongelijkheid naar gelijkheid. Zonder verschil geen beweging. Zonder spanning geen leven.

Twee regentonnen die even vol zijn, stromen niet. Wind ontstaat door luchtdrukverschillen. Rivieren stromen omdat het ene punt hoger ligt dan het andere. Het leven zelf is afhankelijk van gradiënten en energieverschillen. Volledige gelijkheid — hoe edel als ideaal — zou in de praktijk stilstand betekenen.

Zo bezien is de verdeeldheid rondom het vaccin niet alleen een probleem. Het is ook een uitdrukking van de fundamentele diversiteit die de soort levend houdt. De mensheid overleeft niet ondanks haar interne verdeeldheid, maar soms juist dankzij die interne verdeeldheid.

"Misschien is de wijsheid niet gelegen in het bereiken van gelijkheid, maar in het bewust en moedig blijven streven ernaar."

Besluit: bescheidenheid in het oordeel

De COVID-pandemie confronteerde ons met de grenzen van ons weten. We wisten niet welke aanpak de beste was. We wisten niet of het vaccin absoluut veilig was. We wisten niet waarom mensen zich verzetten. En toch moesten we handelen — snel, collectief, onder druk.

Wat we er achteraf van kunnen leren, is misschien dit: het systeem als geheel — de mensheid als soort — heeft mechanismen ontwikkeld om zichzelf te beschermen, ook als die mechanismen op het eerste gezicht irrationeel of zelfs schadelijk lijken. Diversiteit in gedrag, variatie in reactie, weerstand tegen uniformiteit — het zijn geen tekortkomingen van de menselijke natuur. Het zijn, vanuit evolutionair perspectief, haar meest fundamentele overlevingsstrategieën.

We moeten mensen die anders denken dan wij niet alleen beoordelen op de juistheid van hun redenering. We mogen ook erkennen dat hun afwijkend gedrag — hoe onbedoeld ook — past in een patroon dat de natuur al miljoenen jaren toepast: zorg dat nooit alle eieren in één mand liggen.

De mensheid overleeft niet ondanks haar interne verdeeldheid, maar soms juist dankzij die interne verdeeldheid.

Ontstaan Ethiek en Religie

Kernzin: Ethiek en religie zijn culturele strategieën die voortkomen uit de menselijke behoefte aan houvast en groepscohesie.

Vervolgens kijken we nu naar de invloed van religie op het vormen van ethiek en morele waarden. En in hoeverre, zoals sommigen beweren, dat alleen religie leidt tot normen en waarden, dus tot wat goed en slecht is. Dat we zonder religie geen goede samenleving zouden kunnen vormen.

Plato (427-347 BC) en Aristoteles (384-322 BC) leefden omstreeks de 3e eeuw voor christus en werden niet beïnvloed door de nog niet bestaande christelijke religie. Toch heeft Aristoteles zijn werk Ethica geschreven. In dit werk vindt men deugden en ondeugden beschreven die sterk overeen komen met de christelijke leer. Dit is niet zo vreemd omdat Thomas van Aquino (1225-1274 AC), 1500 jaar later, het werk van Aristoteles heeft bestudeerd en het idee in de christelijke leer heeft proberen te integreren. Misschien met dat verschil dat het concept God, drie-eenheid etc. daarin is verwerkt. Aristoteles heeft Ethica voornamelijk gebaseerd op zijn visie op de mensheid los van religieuze kaders.

Plato verwijst in vele dingen wel naar een god of goden, maar de Griekse goden hadden volgens de Griekse religie zowel goede als slechte eigenschappen. Wat goed of slecht was, werd dus blijkbaar door Plato zelf bepaald, hij had dus een god nodig en hij vormde die goden vervolgens zodanig dat ze in zijn beeld pasten. Kortom, hij creëerde ze zelf. Hij had ook kritiek op de dichters die de goden beschreven met hun goede en slechte eigenaardigheden. Plato vond dat de dichters alleen maar de goede kant van de goden moest laten zien om zo een voorbeeld te zijn voor de jeugd. Wederom hoe bepaalt Plato hier wat goed en slecht is? Ook Confucius (551 BC- 479 BC, China) hield zich bezig met moraliteit zonder dat hij religieus was geïnspireerd. Zijn uitspraak “je moet niet de ander iets toewensen wat je niet jezelf toewenst” vinden we in allerlei vormen terug in diverse religies of morele stromingen.

We worden hierdoor alleen maar gesterkt in het idee dat de mens een intrinsiek gevoel voor goed of slecht heeft. Hoogstwaarschijnlijk een evolutionaire karakteristiek, waarbij goed bedoeld is als voordelig voor het voortbestaan van onszelf en van de groep en slecht uiteraard als bedreigend voor het voortbestaan van beiden.

Plato: “Want niemand zal ooit kunnen begrijpen hoe God vereerd en gediend moet worden, als hij niet eerst gaat weten wie en wat God zelf is. Evenmin kunnen wij de Goddelijke Zon zien, als de zon zich niet eerst zelf laat zien.”

ALEX: Veel mensen denken dat een god de wereld en de mensheid heeft geschapen. Ze beschouwen evolutie als strijdig met schepping. Wat is jouw idee hierover, Trebla?

TREBLA: Zelfs als er een God is die de schepping heeft gedaan, lijkt het mij zeer waarschijnlijk dat hij het mechanisme van evolutie ook als onderdeel van de schepping zou hebben geïntegreerd, omdat dit het proces van het creëren van verschillende soorten levende wezens zou vereenvoudigen. Maar zoals Plato hierboven al zei, als we geen idee hebben wie God is, wat zijn invloed is op de levende "wezens" en wat hij van deze wezens verwacht, lijkt het mij beter om dit met rust te laten.

Hume argumenteerde in zijn werk An Enquiry Concerning Human Understanding (1748) dat een verstandig mens zijn geloof aanpast aan het bewijsmateriaal. Hoe onwaarschijnlijker een gebeurtenis is, hoe sterker het bewijs moet zijn om het te geloven.

Benedictus de Spinoza (1632-1677 n. Chr.) beschouwde God als equivalent aan de natuur, een God zonder speciale toewijding aan de mensheid. Misschien zou het beter zijn geweest als Spinoza deze vergelijking niet had gemaakt, omdat de naam God te beladen is met de historische betekenis van een God die een directe relatie heeft met levende wezens; dit leidt zo al snel tot verwarring.

ALEX: Maar hoe komt het dat zoveel mensen een religie hebben en dat bijna elke groep een soort god vereert en zijn regels volgt?

TREBLA: Dat is ook voor mij een mysterie, maar het enige logische wat ik kan bedenken, is dat het voor de meeste mensen erg moeilijk is om fenomenen te accepteren die ze niet begrijpen. Dus verzinnen ze iets, zoals dat het het werk is van een god of goden.

Neem het verschijnsel donder en bliksem: indrukwekkend, onvoorspelbaar en soms dodelijk. De Vikingen schreven dit toe aan Thor, de god van de donder, de Germanen aan Donar, de Grieken aan Zeus en de Romeinen aan Jupiter. Al deze volkeren leefden ver van elkaar, maar kwamen onafhankelijk tot dezelfde oplossing: een machtige godheid moet hierachter zitten. Vandaag de dag weten we dat donder en bliksem het gevolg zijn van elektrische ontladingen tussen wolken en de aarde, een fenomeen dat volledig verklaarbaar is zonder enige goddelijke tussenkomst.

Hetzelfde geldt voor het noorderlicht. Dit overweldigende natuurspektakel, waarbij de hemel oplicht in golven van groen, rood en paars, werd door de Noormannen gezien als de weerspiegeling van de schilden van de Walkuren, de goddelijke krijgsters die gesneuvelde helden naar Walhalla brachten. De wetenschappelijke verklaring, geladen deeltjes van de zon die in wisselwerking treden met de atmosfeer van de aarde, is minstens even fascinerend, maar vereist geen god.

Dit patroon zien we keer op keer terug: aardbevingen werden door de Grieken toegeschreven aan Poseidon, ziektes aan de woede van goden, de stand van de sterren aan goddelijke wil. Telkens wanneer de wetenschap een verklaring vond, trok de god zich terug. De goden vulden dus de lege plekken in de menselijke kennis op, wat de filosoof Dietrich Bonhoeffer later treffend omschreef als de "God der gaten". En voor leiders is het gemakkelijker om mensen te vertellen dat ze zich moeten gedragen volgens de regels van de god, dan om te proberen de mensen met logica te overtuigen dat ze de regels van de leider moeten gehoorzamen. Hier wordt God dus, uit praktische redenen, gebruikt als boeman (Thomas Hobbes 1588-1679: gebruikte hiervoor Leviathan). Dus in feite zijn religie en God menselijke constructies.

ALEX: Ik begrijp je standpunt. Inderdaad, als je God niet op een passende manier kunt definiëren, hoe hij eruitziet, wat hij van ons verwacht, wat zijn bedoeling is met ons, of wat we van hem/haar/het kunnen verwachten, dan, wanneer iets zo vaag is gedefinieerd, zullen we gewoon ons leven voortzetten en ons gedrag niet aanpassen aan welk religieus dogma dan ook; vooral als er geen empirisch bewijs is van het bestaan van een hoger wezen.

TREBLA: Wat ethiek en moraliteit betreft, beschouw ik deze ook als menselijke constructies. Er bestaan geen universele goedheid of slechtheid. Het hangt gewoon af van de groep zelf. Dat de groep probeert te overleven en regels maakt om dit doel te bereiken is begrijpelijk, maar dit kan worden bereikt met verschillende regels. En deze regels veranderen ook in de loop van de tijd. Vroeger was slavernij “normaal”, maar nu zien we heel veel historische zaken in een ander daglicht. Christenen hebben hun regels, evenals moslims, hindoes, boeddhisten, atheïsten of zelfs volgers van ISIS. Maar medemensen niet doden lijkt een universele regel te zijn voor menselijke wezens. Ofschoon ook hierop uitzonderingen te vinden zijn zoals euthanasie voor mensen met uitzichtloos lijden, of in sommige landen de doodstraf voor ernstige overtredingen tegen de menselijkheid.

Echter, wanneer we het doden van de medemens, zoals hierboven beschreven, bekijken vanuit een aards, of zelfs holistisch, perspectief, zou de overbevolking, met al zijn negatieve gevolgen, kunnen worden voorkomen en in die zin is het goed gedrag. We moeten dus voorzichtig zijn met het beschouwen van onze ethische regels en normen als iets gegeven door God of universeel geldig, maar eerder als een sociaal contract dat alleen geldig is tussen mensen. We kunen aan de linker- of rechterkant van de weg rijden, daar is niets goed of slecht aan, het is gewoon een onderlinge overeenkomst tussen mensen om het samenleven gemakkelijker te maken.