Slotbeschouwing
Het doel van al onze voorgaande beschouwingen was niet om absolute antwoorden te geven, maar om te begrijpen hoe het systeem van het leven en de mensheid functioneert. Door deze inzichten krijgen we geen vastomlijnd doel, maar juist een helder beeld van hoe wij als mensen, met al onze complexiteit en paradoxen, toch betekenis kunnen geven aan ons bestaan.
Wanneer we de voorgaande overpeinzingen overzien, ontstaat een beeld van de mens en zijn wereld dat voor sommigen misschien kil of instrumenteel kan aandoen.
De mens als product van evolutie. Gedrag gestuurd door chemische processen. Moraliteit als een functioneel systeem, ontstaan uit de noodzaak tot overleven. Geen universeel goed of slecht. Geen hoger doel dat van buitenaf gegeven is.
Dat kan de indruk wekken dat alles gereduceerd wordt tot mechanismen, tot een soort biologisch en chemisch proces zonder diepere betekenis.
Maar misschien is dat niet het juiste perspectief.
Want zelfs als het waar is dat onze gevoelens, overtuigingen en waarden voortkomen uit dergelijke processen, verandert dat niets aan het feit dát we ze ervaren.
We ervaren geluk, liefde, verwondering, ambitie en zingeving. We stellen doelen, we bouwen relaties op, we creëren betekenis.
En misschien ligt daarin juist de kern.
Niet in een vooraf gegeven doel, maar in het vermogen om zelf betekenis te ervaren en te creëren, binnen de kaders van wie wij zijn.
Dit doet denken aan de beschouwing van Albert Camus over Sisyphus.
Sisyphus werd veroordeeld tot een ogenschijnlijk zinloze taak: het eindeloos omhoog rollen van een steen, die telkens weer naar beneden rolt. Een beeld dat op het eerste gezicht uitzichtloos en geestdodend lijkt.
Maar Camus stelt dat we ons Sisyphus als een gelukkig mens moeten voorstellen.
Niet omdat zijn taak verandert, maar omdat zijn houding verandert.
Hij kan zich richten op:
- de textuur van de steen
- de inspanning van zijn lichaam
- het uitzicht vanaf de heuvel
- het moment zelf
De zin van zijn bestaan ligt niet in het bereiken van een einddoel, maar in de manier waarop hij zijn situatie ervaart en ermee omgaat.
Misschien geldt dat ook voor de mens.
Ook als er geen universeel doel is, betekent dat niet dat het leven zinloos is. Het betekent alleen dat die zin niet van buitenaf wordt opgelegd.
Wij zijn degenen die:
- ervaren
- interpreteren
- waarderen
En juist daarin ontstaat betekenis.
Het inzicht dat wij onderdeel zijn van een groter systeem, zonder centrale bedoeling of moreel kader, vraagt niet om nihilisme, maar om bescheidenheid.
Bescheidenheid in onze overtuigingen over goed en kwaad. Bescheidenheid in onze plaats binnen het geheel.
Maar het laat tegelijkertijd ruimte voor iets anders:
het vermogen om het leven te beleven, ondanks, of misschien juist dankzij, die afwezigheid van absolute betekenis.
Zoals Sisyphus zijn steen rolt, zo leven wij ons leven.
En misschien is de meest wezenlijke conclusie niet dat alles verklaard kan worden, maar dat we, binnen die verklaringen, toch kunnen blijven ervaren, kiezen en genieten.